Randbeveiliging kiezen: soort, regels en klasse A, B of C
Bijgewerkt op
Randbeveiliging is een leuning, hekwerk of paneel langs de rand van een dak of vloer. Ze houdt mensen tegen voor ze over de rand vallen. Kun je bij het werk meer dan 2 meter vallen? Dan vraagt de Codex over het welzijn op het werk een beveiliging van de rand. Randbeveiliging is daarbij de eerste keuze, nog voor een harnas.
Toch is niet elke randbeveiliging geschikt voor elk dak. In dit artikel lees je welke soorten er zijn en welke maten de Codex vraagt. Je ziet ook welke klasse van de norm EN 13374 past bij de helling van je dak. Zo kies je randbeveiliging die past bij je werk.
In het kort:
Bij een val van meer dan 2 meter is een beveiliging van de rand verplicht.
De bovenste lat van een leuning zit op 1 m tot 1,2 m hoogte.
Tijdelijke randbeveiliging plaats je voor één klus, permanente blijft staan.
EN 13374 deelt tijdelijke randbeveiliging in drie klassen in: A, B en C.
Hoe steiler het dak, hoe zwaarder de klasse.
Je laat de leuning controleren na de plaatsing en daarna volgens de fabrikant.
In dit artikel:
Wat is randbeveiliging?
Randbeveiliging is collectieve bescherming tegen vallen. Ze staat langs de rand en beschermt iedereen die daar werkt, ook wie geen harnas draagt. Je hoeft er niets voor te doen: de leuning staat er al.
Er zijn drie vormen die de Codex noemt:
een leuning met een tussenleuning en een kantlijst die op de vloer aansluit;
volle panelen of panelen van traliewerk;
een andere oplossing die even veilig is.
Een harnas aan een ankerpunt is persoonlijke bescherming. Dat werkt alleen als je je goed aanlijnt. Daarom geeft de wet voorrang aan leuningen en andere collectieve valbeveiliging.
Wanneer is randbeveiliging verplicht?
Kun je meer dan 2 meter vallen? Dan moet de werkgever de werk- en loopvlakken beveiligen. Dat staat in bijlage IX.1-2 van de Codex over collectieve beschermingsmiddelen. Die regels gelden in heel België.
Bij tijdelijk werk op hoogte gaat collectieve bescherming voor op persoonlijke bescherming (art. IV.5-2, § 4 van de Codex over tijdelijk werk op hoogte). De beveiliging mag alleen open zijn waar je een ladder of trap op gaat.
Is de val minder hoog? Dan kijkt de werkgever in de risicoanalyse of er toch gevaar is. Meer uitleg over hoogtes, normen en wie waarvoor zorgt lees je in ons artikel wanneer valbeveiliging verplicht is in België.
Welke maten vraagt de Codex voor een leuning?
De Codex geeft vaste maten voor een leuning. De bovenste lat zit op 1 m tot 1,2 m boven het werk- of loopvlak. Daaronder zitten een tussenleuning en een kantlijst. In de tabel zie je alle maten uit bijlage IX.1-2.
| Onderdeel | Wat de Codex vraagt |
|---|---|
Bovenste lat | Op 1 m tot 1,2 m boven het werk- of loopvlak |
Tussenleuning | Op 40 cm tot 50 cm boven het werk- of loopvlak |
Kantlijst | Minstens 15 cm hoog |
Volle panelen of traliewerk | Minstens 1 m hoog en even veilig als een leuning |
Muur | Mag 70 cm hoog zijn als hoogte en dikte samen minstens 1,3 m zijn |
Afbakening dicht bij de rand | Staat ze op minder dan 1,5 m van de rand, dan gelden dezelfde maten |
Bron: Codex over het welzijn op het werk, bijlage IX.1-2
De kantlijst is een plank of plaat onderaan. Ze houdt voeten, gereedschap en materiaal tegen. Is je dakrand zelf hoog genoeg, zoals een opstand of een borstwering? Dan kan die een deel van de beveiliging vormen, als ze aan de maten voldoet.
Welke soorten randbeveiliging bestaan er?
De soorten verschillen vooral in de manier waarop ze vastzitten. Welke soort past, hangt af van je dak, de dakbedekking en de dakrand. Dit zijn de meest gebruikte soorten:
Vrijstaande leuning met contragewichten. Ze staat los op een plat dak. Je boort niet door de dakbedekking.
Leuning aan de dakrand. Je zet ze met klemmen of beugels vast op de opstand of tegen de gevel.
Neerklapbare leuning. Je klapt ze neer als niemand op het dak werkt, en zet ze recht voor je het dak op gaat.
Tijdelijke staanders met planken, buizen of netten. Die plaats je voor een werf en haal je daarna weg.
Panelen of traliewerk, bijvoorbeeld langs een opening of een looppad.
)
Een vaste leuning op een kantoor of hal noemen we ook dakrandbeveiliging of borstwering. Lees meer over permanente dakrandbeveiliging voor bedrijven.
Kies je tijdelijke of permanente randbeveiliging?
Dat hangt af van hoe vaak er iemand op het dak komt. Moet je maar één keer op het dak, voor een renovatie of nieuwbouw? Dan volstaat tijdelijke randbeveiliging. Op een bouwplaats is dat meestal de keuze. Komt er geregeld iemand voor onderhoud, inspectie of zonnepanelen? Dan is permanente randbeveiliging vaak handiger.
| Vraag | Tijdelijk | Permanent |
|---|---|---|
Hoe lang blijft ze staan? | Tijdens de werf of de klus | Altijd, ook als niemand op het dak is |
Wanneer kies je ze? | Bij nieuwbouw, renovatie of een eenmalige klus | Bij geregeld onderhoud, inspectie of installaties op het dak |
Welke regels gelden? | De Codex, en meestal EN 13374 met een klasse A, B of C | De Codex en de instructies van de fabrikant |
Wat moet je controleren? | Na elke plaatsing op een nieuwe plek en daarna op vaste tijden | Na de plaatsing en daarna op vaste tijden |
Een werf of een korte klus? Bekijk dan onze oplossingen voor tijdelijke valbeveiliging.
Welke klasse van EN 13374 heb je nodig?
EN 13374 is de Europese norm over valbeveiliging en normering bij tijdelijke randbeveiliging. De norm geldt voor werk tijdens de bouw of het onderhoud van gebouwen. Ze deelt die systemen in drie klassen in. Welke klasse je nodig hebt, hangt af van de helling van het dak en de hoogte van de val.
| Klasse | Waar ze tegen bestand is | Helling van het werkvlak |
|---|---|---|
Klasse A | Leunen, vastnemen of er tegenaan lopen | Minder dan 10° |
Klasse B | Ook iemand die langs een helling naar beneden glijdt | Minder dan 30°, of tot 60° als de val minder dan 2 m is |
Klasse C | Iemand die van een steil dak naar beneden glijdt | 30° tot 45°, of tot 60° als de val minder dan 5 m is |
Volg altijd de instructies van de fabrikant.
Is het dak steiler dan 60°? Of steiler dan 45° met een val van meer dan 5 m? Dan is zo'n systeem volgens de norm niet geschikt. Je kiest dan een andere oplossing. De norm is in mei 2025 vernieuwd. Wat er veranderde, lees je in ons artikel over EN 13374:2025.
)
Wat is het verschil tussen een plat en een hellend dak?
Op een plat dak glijd je niet weg, maar je kunt wel over de rand stappen. Daar volstaat meestal een leuning van klasse A of een vaste leuning. Op een plat dak kies je vaak een vrijstaande leuning, zodat je de dakbedekking niet beschadigt.
Op een hellend dak kun je wegglijden. De leuning moet dan een glijdende persoon opvangen. Daarom kies je klasse B of C, en zit de leuning vaak aan de dakvoet of de goot. Let ook op de dakrand zelf: die moet sterk genoeg zijn om de krachten op te vangen.
)
Hoe controleer je randbeveiliging?
Je laat de leuning controleren nadat ze geplaatst is en voor iemand ze gebruikt. Dat geldt ook na elke montage op een nieuwe plek (art. IX.1-15). Zo weet je zeker dat alles goed vastzit.
Daarna volgen onderhoud en controle op vaste tijden, volgens de instructies van de fabrikant (art. IX.1-19). Een bevoegde persoon doet die controle. De resultaten schrijf je op. Na een storm, een ongeval of een verbouwing volgt een extra controle. Dat geldt ook als de leuning lang niet gebruikt is. Je gebruikt de leuning alleen zoals de fabrikant het beschrijft (art. IX.1-17).
Welke fouten zie je vaak bij randbeveiliging?
Veel problemen ontstaan niet bij de keuze, maar bij de plaatsing of het gebruik. Let op deze fouten:
De verkeerde klasse kiezen. Een leuning van klasse A houdt geen persoon tegen die van een steil dak glijdt.
De kantlijst vergeten. Zonder kantlijst kunnen voeten of gereedschap onder de leuning door.
Een stuk weghalen voor een klus zonder iets anders in de plaats te zetten. De Codex vraagt dan eerst een andere beveiliging (art. IV.5-2, § 6).
Een afbakening te dicht bij de rand zetten. Op minder dan 1,5 m van de rand moet ze dezelfde maten hebben als een leuning.
Niet controleren na een storm of na werken op het dak.
Hoe helpt HWV Facilities je met randbeveiliging?
HWV Facilities plaatst randbeveiliging op daken van bedrijven, in heel België. Samen bekijken we je dak, de dakrand en hoe vaak er iemand op het dak komt. Daarna stellen we een oplossing voor die past bij de regels van de Codex.
Wil je weten welke randbeveiliging bij jouw dak past? Vraag een plaatsbezoek aan. Dan komen we langs en maken we een offerte op maat voor je randbeveiliging.
Veelgestelde vragen
Is randbeveiliging ook verplicht als de val minder dan 2 meter is?
De vaste regel uit de Codex geldt vanaf een val van meer dan 2 meter. Is de val lager, dan maakt de werkgever een risicoanalyse. Daarin kijkt hij of er toch een gevaar is dat beveiliging vraagt. Denk aan werk boven een machine, een put of een plek waar veel verkeer is. Kiest de werkgever dan voor beveiliging, dan gaat collectieve bescherming ook daar voor op een harnas.
Mag je de randbeveiliging even weghalen voor een klus?
Alleen als je eerst een andere beveiliging plaatst die even goed werkt. Dat staat in de Codex (art. IV.5-2, § 6). Denk aan een beweegbare leuning, een paneel of een harnas met een lijn aan een ankerpunt. Het werk mag pas beginnen als die vervangende beveiliging er is. Is de klus klaar? Dan zet je de randbeveiliging meteen terug.
Moet je een permanente leuning laten controleren?
Ja. Ook een vaste leuning heeft onderhoud en controle nodig. De Codex vraagt een controle na de plaatsing en daarna op vaste tijden, volgens de instructies van de fabrikant. Een bevoegde persoon doet die controle en schrijft de resultaten op. Na een storm, een ongeval of een verbouwing volgt een extra controle. Zo weet je dat de leuning nog sterk genoeg is.
Volstaat klasse A voor een plat dak?
Volgens de norm EN 13374 is klasse A bedoeld voor een werkvlak met een helling van minder dan 10°. Voor de meeste platte daken is dat genoeg. Een systeem van klasse B mag daar ook. Werk je bij een lichtkoepel of een opening in het dak? Dan beveilig je die apart, want een leuning langs de rand helpt daar niet. Volg altijd de instructies van de fabrikant.
Hoe hoog moet randbeveiliging zijn?
Volgens de Codex zit de bovenste lat van een leuning op 1 m tot 1,2 m boven het werk- of loopvlak. De tussenleuning zit op 40 cm tot 50 cm. Onderaan staat een kantlijst van minstens 15 cm. Kies je volle panelen of traliewerk, dan zijn die minstens 1 m hoog. Een muur mag 70 cm hoog zijn als hoogte en dikte samen minstens 1,3 m zijn.
)
)
)
)
)